Verwolkering

Elke dag, uur per uur, zie ik een zee van wolken voor mij ontrollen. Het is de beste ongevraagde afleiding. Een contrapunt. Een zee van contrapunten, want er is wel wat nodig om mijn focus weg te lokken van het zuigende computerscherm hier voor me. Het intense blauwgrijs dat dreigend over het landschap leunt, kan mij diep ontroeren. Zo veilig en droog wacht ik geduldig af tot het donker mijn plek overspoelt.

In onze volgestouwde steden is de dans van de wolken weinig zichtbaar. De intense schoonheid van hun vormvaardigheid, van hun schakeringen en grilligheid. Soms zet ik een hoed op om het verblindende zonlicht te verdragen. Over exact twee minuten zal ik mijn bureaulamp aansteken. Het licht is zo wispelturig. Soms lijkt een dag zich somber uit te strekken maar glooit daar plots, net na de middag, een gouden deken over de daken.

Bij de eerste overwinterende knijt tegen mijn raam had ik beslist om dit jaar vredig met hen samen te leven. Het past bij mijn exercities in liefdevol ontgrijpen. Daarnet, wat ook wel twee dagen later genoemd kan worden, drukte ik zonder aarzelen de drieƫnvijftigste knijt dood. Het blijft zoeken naar evenwicht.